LNG opslag – Wolkbrand en explosie

Deze scenariokaart geeft een ongeval met gevaarlijke stoffen weer. In de kaart vindt u informatie over wat er kan gebeuren en wat je kunt doen om het te voorkomen, beperken en bestrijden. Deze informatie kan gebruikt worden bij advisering over ruimtelijke ontwikkelingen.

 

Bij het gebruik van de kaart is belangrijk in acht te nemen dat het slechts een voorbeeldscenario is. Het daadwerkelijke verloop van het scenario is altijd afhankelijk van situatiespecifieke omstandigheden


Algemene beschrijving

Door verdamping van het vrijgekomen LNG zal zich een gaswolk vormen. Deze gaswolk zal zich verspreiden in de omgeving en door menging met de omgevingslucht een brandbaar gasmengsel vormen totdat het zover is verdund dat het niet meer brandbaar is.

Effecten 

Als het brandbaar gasmengsel zich in een (deels) omsloten ruimte kan ophopen kan bij ontsteking een explosie volgen waarbij door de gegenereerde druk schade kan ontstaan. In het vrij veld zal ontsteking van deze gaswolk tot een wolkbrand leiden met als gevolg dat personen die zich buiten in de brandende wolk bevinden komen te overlijden. Ook kan de wolkbrand secundaire branden veroorzaken.


Parameters effectberekening

ParameterWaarde
Inhoud tank110 m3
Lengte tank13,5 m
Doorsnede tank3,2 m
Percentage vulling95%
Doorsnede openingen uitstroming110 mm
Uitstroomhoogte1 m
Werkdruk2,4 bar
Werktemperatuur-150°C
Wijze van plaatsingVerticale cilinder
Omgevingstemperatuur9°C
Perc. gaswolk ingesloten12,5
Explosiecurve10
Type omgevingIndustriegebied
WeerklasseF1,5
Tabel parameters effectberekeningen

Aanvraag effectsfile

U kunt de effectsfile aanvragen via onderstaand formulier. Een “Free viewing demo” waarmee deze file kan worden ingezien is te downloaden via https://www.gexcon.com/software/effects/. Met deze gratis demo is de berekening in effects met bijbehorende grafieken in te zien en beter af te lezen. Wilt u zelf gaan rekenen met de parameters uit de berekening met effects dan heeft u een licentie en aanvullende software van Gexcon nodig.
Hidden
Naam(Vereist)
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kans van optreden

De kans van optreden van een wolkbrand of explosie bij een incident met een LNG tank is ontleend aan de Handleiding Risicoberekeningen BEVI v4.3. De kans dat een gaswolk wordt gevormd bij het vrijkomen (hetzij bij instantaan falen hetzij uit een gat) is gelijk aan één minus de kans op directe ontsteking van het vrijgekomen LNG. Van het gedeelte van het vrijgekomen LNG dat niet direct ontstoken raakt zal een deel verdampen (en een brandbare wolk vormen) en een deel een plas vormen. Bij ontsteking zal een plasbrand ontstaan en een wolkbrand of gaswolkexplosie. In de handleiding Risicoberekeningen wordt er uitgegaan van een kans van 0,4 op een explosie en 0,6 op een wolkbrand.
Gecombineerd met de incidentfrequenties voor instantaan falen en het ontstaan van lekken leidt dit tot de volgende scenariofrequenties:
Explosie: 4,29 10ˉ⁶ / jr
Wolkbrand: 6,44 10ˉ⁶ / jr


Effecten

In onderstaande tabel de resultaten weergegeven. Eenieder die zich binnen de brandbare wolk  bevindt (de “druppelvormige” contour in onderstaande figuren) zal komen te overlijden. Daarbuiten zullen als gevolg van hitte geen slachtoffers vallen.

Tabel 3.1 Enkele resultaten van effectberekeningen (zie ook Figuur 3.1)

ParameterWaarde
Max. lengte explosieve wolk in richting van de wind (Lmax)213,5 m
Max. breedte explosieve wolk (Bmax)154 m
Offset explosieve wolk bij max oppervlak explosieve wolk (Ow)9,1 m
Offset centrum explosieve wolk bij max oppervlak explosieve wolk (Oc)115,9 m
Tijdstip maximale omvang wolk na incident (Tm)190 s
Tabel effectberekeningen

Figuur 3.1 Explosieve wolk en drukcontour, schematisch

Explosieve wolk en drukcontour

Figuur 3.2 Explosieve wolk en overdrukcontouren

Explosieve wolk en overdrukcontouren

Slachtoffers als gevolg van druk zijn hieronder weergegeven. De afstanden gelden vanaf het explosiecentrum, gelegen op 115,9 m (zie tabel hierboven) van de incidentlocatie gemeten in de richting van de wind.

Tabel 3.2 Slachtoffers en schade ten gevolge van overdruk

GebiedEffectafstandOverdrukSchade aan objectenIndicatie slachtoffers %
(meter)(bar)BinnenBuiten
1e ring<=91>0,3Totale verwoesting >0,8bar
Volledige instorting van gebouwen. Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Zware schade
Onherstelbare schade; 50-70% van de buitenmuren zijn zwaar beschadigd. De overige muren zijn onbetrouwbaar geworden.
100% letaal100% letaal
Grens 1e ring620,3
2e ring91 tot 1180,3 tot 0,2Gemiddelde schade
Beschadigde daken. Ernstige beschadigingen aan draagconstructies, ontzette muren, scheuren in gevels.
2,5% letaal
21,5%
T1/T2
1% T3
1% T3
Grens 2e ring1180,2
3e ring118 tot 1990,2 tot 0,1Lichte schade
Schade aan deurposten (tot 0,15 bar). Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
2,5% letaal
21,5%
T1/T2
1% T3
1% T3
Grens 3e ring1350,10%0%
Ruitbreuk gebied dubbel glas800tot 0,02tot op 800m (0,02 bar) breekt dubbel glas0%0%
Ruitbreuk gebied enkel glas1500tot 0,01tot op 1,5km (0,01 bar) breekt enkel glas.0%0%


Zelfredzaamheid en handelingsperspectief

Mogelijk handelingsperspectief

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is voor personen dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. Dit is gebaseerd op berekeningen voor woningen en kantoren. Niet voor ziekenhuizen en verzorgingshuizen
  • Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief binnenblijven.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalscenario

De snelheid waarmee het scenario zich voltrekt, is afhankelijk van het ontstekingsmoment. Na ontsteking zijn direct de effecten (hitte, eventueel overdruk) merkbaar. De wolkbrand duurt slechts enkele seconden. Iedereen die zich buiten bevindt in de wolk zal overlijden. Mensen binnen zijn tegen de hitte beschermd; wel kan de hitte secundaire branden veroorzaken. Ingesloten delen van de gaswolk zullen overdruk veroorzaken, die tot schade en slachtoffers kan leiden. Verlaten van of evacueren uit beschadigde en/of brandende gebouwen is dan ook noodzakelijk.

Herkenbaarheid van het scenario

Een wolkbrand is door zijn warmtestraling direct waarneembaar door aanwezigen. Als de wolk nog niet ontstoken is, is het mogelijke gevaar van een wolkbrand voor onwetenden niet direct herkenbaar.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval dreigt met een LNG tank
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) wolkbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om haaks op de wind te vluchten.
  • Mogelijkheden om te schuilen

Optreden multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

  • De wolkbrand en/of explosie zijn van korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse nadat de wolkbrand of explosie zich heeft voorgedaan. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden en evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van eventuele secundaire branden.
  • Er kunnen secundaire branden ontstaan. Het is derhalve belangrijk vast te stellen wat de aanwezige bluswatercapaciteit is; tevens moet bekend zijn waar aanvullende voorzieningen voorhanden zijn.
  • Zie de speciaal voor LNG opgestalde aandacht- en protocolkaarten voor meer informatie aangaande brandbestrijding.

In onderstaand schema zijn de taken van de brandweer weergegeven.

Brandweer start de processen

Bron- en emissiebestrijding:

  • Bepalen van het bron- en effectgebied;
  • Ontstane plasbrand bestrijden;
  • Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door middel van het afschermen van de omgeving;
  • Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de omgeving blussen;
  • Waarschuwen bevolking. Goed werkend internet en mobiele telefonie, buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan.

Redding

  • Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers).

Relevante aspecten

  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) ;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid gebied. Tweezijdig toegankelijk, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af.

Opkomst/inzettijd

Hieronder is schematisch weergegeven met welke opkomsttijden rekening moet worden gehouden.

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten>       Norm opkomsttijd eerste peloton. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten.
>       De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan. 
45 minuten>       Norm beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten>       Norm beschikbaarheid derde/vierde peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
>       Norm inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
>       Norm inzettijd Specialistische Redding & Technische hulpverlening
>       Norm inzettijd USAR (4 specialistische reddingsgroepen) is 3 uur.
Opkomsttijd

Materieel en mankracht

  • De benodigde slagkracht is afhankelijk van de omgeving. In een (relatief dun bevolkt) buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig. De omvang van het incident, het aantal slachtoffers en de aard en het type van de verwondingen.
  • Houdt rekening met de inzet van een tweede peloton (4 tankautospuiten) voor het koelen/blussen van de (omliggende) bebouwing en voor verlening van eerste hulp en transport van slachtoffers naar het gewondennest. Door de warmtestraling zullen secundaire branden ontstaan in de eerste en tweede ring.
  • Brandbestrijdingspeloton: opheffen van enkelvoudige beknelling in maximaal 4 personenwagens.
  • Peloton Redding & Technische Hulpverlening: redden en bevrijden van maximaal 4 complexe beknellingen per uur.
  • USAR-team: zoeken, redden en bevrijden na bijvoorbeeld instortingen van gebouwen.

Bluswater

  • Bepaal hoeveel bluswater nodig is bij het scenario (op basis van de repressieve aanpak).
  • Stel vast hoeveel bluswater aanwezig is.
  • Bepaal of aanvullende bluswatervoorzieningen voorhanden moeten zijn.
    • In het algemeen is in een woonwijk niet meer dan 15 m3/h aan bluswater aanwezig. Bij secundaire branden is dit mogelijk niet voldoende. Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van lichtgewonden en niet beknelde personen.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers. Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice.

Geneeskundige zorg

In onderstaand schema zijn de taken van de geneeskundige zorgverleners weergegeven.

Geneeskundige zorgverlening start de processen

Spoedeisende Medische Hulpverlening

  • Triage;
  • Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers
  • Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen

Publieke gezondheidszorg

  • De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
  • Onderzoek individueel

Psychosociale hulpverlening

  • Signaleren getroffenen
  • Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.
  • In geval van brand is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden mogelijk een aandachtspunt. Dit is locatiespecifiek en vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan.
  • Indien het effectgebied kwetsbare bestemmingen omvat (bijv. een zorginstelling) is hulp aan verminderd zelfredzame personen een aandachtspunt.
  • Vaak is nazorg voor psychotrauma (maanden tot jaren) te verwachten. Casus Volendam, “Het hemeltje”.

Aantal slachtoffers

Het alarmeringsproces start met (een) (112-)melding(en) bij de meldkamer. De meldkamercentralist krijgt een melding van een (grootschalig) incident. Op basis van de melding(en) vormt de meldkamer een beeld en maakt een inschatting van het aantal slachtoffers. Op basis daarvan wordt een codering afgegeven. Aan elke codering is een standaard inzet gekoppeld . Vanaf 10 slachtoffers treedt het Landelijk Protocol Coördinatie Grootschalige Brandwonden Incidenten (LPCGBI) in werking.

Type letsel en slachtoffers

De volgende factoren verdienen aandacht:

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Overdruk veroorzaakt oog- en/of oorletsel, fracturen door instorting en letsel door ruitbreuk.
  • Gehoorschade maakt communicatie mogelijk moeilijk.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level-1-ziekenhuis. Specialistische behandeling van brandwonden is mogelijk in Beverwijk, Rotterdam en Groningen.
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij een verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.

Optreden politie

Politie start de processen

Afzetten en afschermen:

  • Afzetten effectgebied
  • Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
  • Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen

Mobiliteit:

  • Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
  • Opstellen mobiliteitsplan.
  • Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.

Indien relevant:

  • Handhaven openbare orde
  • Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (hulpverlening)

Mogelijke taken

Afzetten en afschermen:

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied.
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het gebied.
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan.

Maatregelen

Kansbeperkend

  • Wegnemen van de risicobron
  • Aanrijbeveiliging tank
  • Plaatsing tanks buiten “botsingszone”

Effecten & gevolgen beperkend

  • Begrenzen van de inhoud

Randvoorwaarden hulpverlening

  • Middelen om de hulpdiensten snel te kunnen alarmeren
  • Bereikbaarheid over twee verschillende routes
  • Openbare bluswatervoorzieningen primair en secundair
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen

Voorbeeld

Beeld en/of filmmateriaal worden later toegevoegd.
Suggesties kunnen gemaild worden naar 
info@nipv.nl