Binnenvaarttanker – LNG – Plasbrand

Deze scenariokaart geeft een ongeval met gevaarlijke stoffen weer. In de kaart vindt u informatie over wat er kan gebeuren en wat je kunt doen om het te voorkomen, beperken en bestrijden. Deze informatie kan gebruikt worden bij advisering over ruimtelijke ontwikkelingen.

Bij het gebruik van de kaart is belangrijk in acht te nemen dat het slechts een voorbeeldscenario is. Het daadwerkelijke verloop van het scenario is altijd afhankelijk van situatiespecifieke omstandigheden

Status van de kaart: Actueel

Laatste update: 25 februari 2020


Algemene beschrijving


Binnenvaarttanker – LNG – Plasbrand

Door een aanvaring met een LNG tankschip ontstaat een groot gat in de romp waardoor in zeer korte tijd de inhoud van de tank op het water stroomt. De LNG verspreidt zich over het water waarbij het door het temperatuur verschil snel verdampt. Ontsteking van de plas leidt tot een korte hevige brand.

Effecten 

De effecten van een plasbrand zijn warmtestraling en enige rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan.

Als de plas niet ontsteekt, bestaat er kans op vertraagde ontsteking van de gaswolk door de snelle verdamping. Hierbij ontstaat het scenario wolkbrand.


Parameters effectberekening


ModelleringssoftwareGexcon Effects 10.1.6: poolfire: two zone model.
Uitgangspunten
StofnaamMethaan
StofcategorieGF0
Representatief massadebiet8600 kg/s [1]
Representatieve uitstroomtijd24 s [2]
Omgevingstemperatuur9 °C
Watertemperatuur9 °C
Temperatuur in tank-162 °C
WindrichtingWest
Windsnelheid5 m/s
Plasoppervlakte10500 m² [3]
Observatiehoogte1,5 m
Blootstellingsduur20 s
Resultaten
Duur plasbrand120 s
Diameter plasbrand115 m
Lengte vlammen150 m
Temperatuur vlammen1200 °C
Parameters effectberekening

Aanvraag effectsfile

U kunt de effectsfile aanvragen via onderstaand formulier. Een “Free viewing demo” waarmee deze file kan worden ingezien is te downloaden via https://www.gexcon.com/software/effects/. Met deze gratis demo is de berekening in effects met bijbehorende grafieken in te zien en beter af te lezen. Wilt u zelf gaan rekenen met de parameters uit de berekening met effects dan heeft u een licentie en aanvullende software van Gexcon nodig.

Hidden
Naam(Vereist)
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kans van optreden


De kans op een plasbrand na een ongeval met een binnenvaart gastanker LNG wordt bepaald door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG uitstroomt en de kans op ontsteking van de plas. Deze kans wordt per binnenvaart gastanker, per jaar, per vaar-kilometer geschat op [4]:

N ongevalN uitstromingN ontsteking plasN scenario
Vaarklasse 48.67 x 10ˉ⁸2.67 x 10ˉ⁵?= ?
Vaarklasse 51.32 x 10ˉ⁷3.58 x 10ˉ⁵?= ?
Vaarklasse 64.14 x 10ˉ⁷6.00 x 10ˉ⁵?= ?
Kans van optreden


Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal verladingen verminderen;
  • Het aantal transportbewegingen verminderen;
  • Technische specificaties van het schip optimaliseren.

Effecten


De effecten van een plasbrand zijn warmtestraling en enige rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. warmtestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. In de tabel hieronder zijn de effecten van warmtestraling weergegeven.

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van warmtestraling weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Het type trauma [5] is brandwonden over een groot deel van het lichaam. De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend voor een cirkelvormige plas.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand, warmtestraling versus afstand en warmtestralingscontouren.


Tabel effectafstanden en gevolgen [6]

Tabel effecten personen buiten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 200≥ 35100000100000811900
Grens 1e ring: 99% letaal
2003599100100000158410
2e ring200 tot 33035 tot 10381104924260496321149
Grens 2e ring: 1% letaal30010110871108701187
3e ring330 tot 54010 tot 4000290002900029
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 5404000100010001


Tabel effecten personen binnen en schade aan objecten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen (0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 200≥ 35Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
355016
Grens 1e ring
20035101045
2e ring200 tot 33035 tot 10Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
Breuk dubbelglas tot 135 meter.
31012
Grens 2e ring330100000
3e ring330 tot 54010 tot 4Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
Breuk enkel glas tot 176 meter.
0000
Grens 3e ring54040000


Grafiek letaliteit vs. afstand [7]


Grafiek warmtestraling vs. afstand


Contouren warmtestraling


Zelfredzaamheid en handelingsperspectief


Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een plasbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven [8].

Mogelijk handelingsperspectief ongeval plasbrand

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen (sluiten van binnendeuren vertraagt de uitbreiding van een eventuele brand).
  • Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van de plasbrand (extra beschermende kleding beperkt de blootstelling).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario plasbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct of in korte tijd de effecten merkbaar en duurt de brand ongeveer 7,5 minuten.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een plasbrand is door zijn hitte ontwikkeling direct waarneembaar voor de aanwezigen.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een bunkerschip LNG
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) plasbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen

Optreden multidisciplinaire hulpverlening


Brandweerzorg

Na het ontstaan van dit scenario komt de hulpverlening op gang. De plasbrand van dit scenario is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse na afloop van de plasbrand. Daardoor ligt bij de inzet van dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.


Relevante brandweerprocessen

Bron- en emissiebestrijding

  • Bepalen van het bron- en effectgebied;
  • Gecontroleerd laten uitbranden van de plasbrand;
  • Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door middel van het afschermen van de omgeving;
  • Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de omgeving blussen;
  • Waarschuwen bevolking [9].

Redding

  • Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten bij het optreden van de brandweer

  • Aanwezigheid van een actueel IBP van het watergebied [10];
  • Afstemming van de onderlinge organisatie- en communicatiestructuren van de betrokken partijen;
  • Voorbereiding op samenwerking met betrokken partijen en passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd);
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid aanlandingsplaats in directe omgeving van incident

Capaciteit [11]

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [12]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers via vaartuigen in samenwerking met andere organisaties.

Opkomst/inzettijd [13]

Schematische weergave incident verloop bij grootschalige incidenten

Verloop grootschalige incidenten

Zorgnormen incidentbestrijding op het water [14]

30 minuten– Norm opkomsttijd eerste peloton [15]. De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
– SAR 5 personen (KNRM)
– 6 l/m²/min oppervlakte schip (verhoogde gebiedsnorm)
45 minuten– 1 mobiele pomp en/of
– 1 equivalent autospuit 2000 l/min
– 2 vaartuigen met 45.000l/min(zeegaande schepen)
120-240 minuten– 2 vaartuigen met 45.000 l/min
– SAR 25-200 personen (KNRM verhoogde gebiedsnorm)
Opkomst/inzettijd

Bluswatervoorziening

  • Vanwege de nabijheid van water is de aanname dat voldoende secundaire bluswaterbronnen voorhanden is ten behoeve van koeling/blussing.
  • Benodigde capaciteit is 6 l/m²/min [16].

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [17]

  • In de hectische fase wordt uitgegaan van de zelfredzaamheid op het schip. Daarnaast komt de redding op gang via de schepen in de directe omgeving. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie op de wal is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice.

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

Spoedeisende Medische Hulpverlening: [18]

  • Triage
  • Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
  • Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.

Publieke gezondheidszorg

  • De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
  • Onderzoek individueel

Psychosociale hulpverlening

  • Signaleren getroffenen
  • Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de aanlandingsplaats.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig. Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
>10– Het LPCGBI treedt in werking [19].
– De leidraad GGB kan in werking worden gesteld [20].
>250De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3 [21].
Slachtoffers

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan [22].
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis [23]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [24].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Een langdurig traject van nazorg restletsel en psychotrauma [25] is te verwachten.

Water- en zeevaartzorg

Search and Rescue (SAR)

  • Via de inzet van Search and Rescue (SAR) krijgen slachtoffers toegang tot de geneeskundige hulpverlening.

Nautisch verkeersmanagement

  • Het regelen van het verkeer is een wettelijke taak van de politie en nautisch beheerder. 

Beheer waterkwaliteit

  • Het zorgdragen voor de kwaliteit van het water.

Beheer waterkwantiteit en waterkringen

  • Activiteiten die verricht worden in het kader van waterkwantiteitsbeheer zijn de zorg met betrekking tot hoogwater/ overstromingen, laagwater en ijsbezwaar (in de zin van waterkwantiteit: ijsdammen en stuwing).

Optreden politie

De politie start met de processen

Afzetten en afschermen

  • Afzetten effectgebied
  • Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
  • Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.

Mobiliteit

  • Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
  • Opstellen mobiliteitsplan.
  • Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.

Indien relevant

  • Handhaven openbare orde
  • Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan

Maatregelen


Kansbeperkend

MaatregelWerking van de maatregel
Wegnemen van de risicobronHet wegnemen van de risicobron zorgt ervoor dat het scenario niet meer kan plaatsvinden.
Begrenzen van de doorzetMinder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Scheiden van de doorgaande vaart en overslagkadeHet scheiden van deze twee activiteiten verlaagd de kans op aanvaringen.
Kans

Effect en gevolgbeperkend

MaatregelWerking van de maatregel
Afstand houden tot de vaarwegDicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwenDoor rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Hoogteverschillen creëren en benuttenBrandende vloeistoffen verspreiden zich naar het laagste punt in de omgeving. Door hoogteverschil aan te brengen, kan voorkomen worden dat de plasbrand zich kan verspreiden naar het te beschermen gebied. Hoogteverschillen kunnen gecreëerd worden door wallen of het op afschot leggen van oppervlak.
Toepassen van brandwerend metselwerkDe keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatieMinerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazingBrand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnenHouten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevelBij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
VenstertijdenDoor gebruik te maken van venstertijden voor bevoorrading worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.
Effect en gevolg

Bevordering van de zelfredzaamheid

MaatregelWerking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengenDoor duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) plasbrandDe verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsenDoor de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling.
RisicocommunicatieDoor te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied en het beste handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegenOnderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een plasbrand Door te oefenen met het plasbrandscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.
Zelfredzaamheid

Bevordering van de hulpverlening

MaatregelWerking van de maatregel
BluswaterVoor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
WaarschuwingsmiddelenVoor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Werkende communicatiemiddelen
Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Afstemming hulpdiensten
Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Hulpverlening

Voorbeeld


 Betere suggesties van een plasbrand op het water kunnen gemaild worden naar:  info@nipv.nl


Voetnoten

  1. LNG Masterplan voor Rijn-Maas-Donau, Emergency & incident response studie
  2. LNG Masterplan voor Rijn-Maas-Donau, Emergency & incident response studie
  3. LNG Masterplan voor Rijn-Maas-Donau, Emergency & incident response studie
  4. Interim Rekenmethode LNG-bunkerstations
  5. De GHOR hanteert deze term voor het type verwonding
  6. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  7. Afstanden op basis van geen bescherming en buitenshuis.
  8. In deze beschrijving wordt uitgegaan een plasbrand. Mocht de plas nog niet zijn ontstoken is er meer tijd voor het handelingsperspectief.
  9. Goed werkend internet en mobiele telefonie, buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  10. Handboek incidentbestrijding op het water fig. 35 p.137
  11. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  12. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  13. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  14. Handboek Incidentbestrijding op het water, basisnorm figuur 28&3, p.125 Afhankelijk van risicobeeld is er een verhoogde gebiedsnorm
  15. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  16. Handboek Incidentbestrijding op het water p125 basisnormen en verhoogde gebiedsnormen
  17. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  18. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  19. LPCGBI p.1 september 2013
  20. Leidraad GGB p.12 december 2015
  21. Leidraad GGB p.10 december 2015
  22. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  23. Landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl
  24. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  25. Casus ” Het Hemeltje” Volendam